De Nederlandse belegger is altijd al een voorloper geweest

De Nederlandse belegger is altijd al een voorloper geweest

De ESG integratie is iets dat heel erg speelt bij de Nederlandse Beleggers. Robert Klijn van Fair Impact stelt aan het begin van de discussie: “We zijn in Europa voorloper op het gebied van duurzaam beleggen”. De discussie met als discussieleider Robert Klijn, en als leden Nico Langedijk van STOXX, Willem van Goldstein Brouwers van Sustainalytics en Ronald van Genderen van Morningstar analyseerde, aan de hand van 10 vragen, hoe de ondervraagden staan tegenover ESG. Met een totaal van 37 respondenten, waarvan 8 pensioenbeleggers, 6 asset managers en 11 vermogensbeheerders geeft deze enquête een aardig beeld voor de stand van zaken van ESG in de Nederlandse beleggingswereld.

Motivatie om de wereld te verbeteren

Een van de eerste vragen was wat de hoofdreden voor ESG integratie is. Ronald ziet bij Morningstar vaak vraagstukken voorbij komen van “Kost het mij rendement?” of “Wat is duurzaamheid, en hoe integreren we het.”. Hij vindt het mooi om te zien dat een ruime meerderheid (54,05%) ESG integreert om er een betere wereld van te maken. Verder wordt er door het discussieteam opgemerkt dat de afgelopen jaren een verschuiving is van ‘ticking the boxes’ naar ook een daadwerkelijke motivatie om de wereld te verbeteren.

Een ander onderwerp dat tot discussie leidt in de beleggingswereld is of er nog steeds in indices belegt mag worden als een of meerdere onderliggende bedrijven zich niet aan de UN Global Compact houdt. Iets meer dan de helft (51,5%) stelt dat die niet zou moeten mogen, terwijl 35,14% daar geen moeite mee heeft. Robert vat het standpunt van deze groep samen als: “We zien het meer als exposure naar Europa dan exposure naar een bedrijf waar ik geen aandeelhouder van ben.”.

ESG kan worden opgesplitst in meer dan 150 deelgebieden. De voornaamste focus van de respondenten is risico management (40,54%), maar ook verduurzaming van de wereld door Impact wordt door 37,84% van de ondervraagden als belangrijk gezien.

Ronald geeft bij de vraag of het mogelijk is om ESG wereldwijd te standaardiseren dat “Dit echt een vraag is waar je uren- of dagenlang over kunt discussiëren met beleggers.”. Dit laat duidelijk zien dat het onderwerp speelt in de beleggingswereld. Ronald zegt dat Morningstar met een best in class methode denkt een wereldwijde standaard neer te kunnen zetten op gebied van duurzaamheid. Maar benadrukt dat Morningstar zich niet wil bemoeien met de waarden van beleggers. Uit de enquête volgt dat 48,65% zegt dat er geen standaard mogelijk is, terwijl ruim 37% denkt dat dit toch wel mogelijk is. Opgemerkt wordt dat “Het een nadeel van ESG is dat het uiteindelijk toch subjectief is”, iets wat laat zien dat deze discussie nog lang door zal gaan.

Tracking error

Opmerkelijk is de verdeling van de antwoorden op de vraag wat voor tracking error er gekozen dient te worden. 21,62% zegt dat een tracking error van <0,5% het beste is, terwijl 32,43% kiest voor een tracking error onder de 3% en zelfs 35,14% voor geen limiet op de tracking error. Geen overduidelijke voorkeur dus, en de kleine verschillen komen volgens Nico omdat dit “uiteindelijk terug komt op de investment beliefs”. Volgens Nico laat dit de verschillen tussen de visies van beleggers zien. Als men denkt dat op de lange termijn ESG zou outperformen dan zou men wegstappen van een hele kleine tracking error. Als je meer een investment belief hebt voor ESG integratie,dan moet je, volgens Nico, een tracking error accepteren van 1-3%. Daarentegen is Nico geen voorstander van geen limiet op de tracking error, omdat ESG niet de asset allocatie moet bepalen. Ronald vat dit samen met: “Hoe strikter het ESG beleid hoe hoger de tracking error.”.

Een duidelijk antwoord werd gegeven op de vraag of een externe manager uitgesloten dient te worden als de financiële performance uitmuntend is, maar als er slecht wordt gescoord op ESG. 78,38% geeft aan dat ESG standaarden boven de financiële performance van externe managers gaat, terwijl 21,62% aangeeft dat dit niet zo moet zijn. Hoewel iedereen die de enquête heeft ingevuld een mening had over deze vraag geeft Ronald een kanttekening bij deze vraag en zegt dat het een knelpunt is om “in kaart te brengen of er een slechte ESG performance is”.

COP21

Een van de laatste vragen was of COP21 een succes was afgelopen jaar. 58,33% antwoord dat het een kleine stap vooruit is en zelfs 27,78% zegt dat dit een grote stap vooruit is. Willem denkt dat dit een dubbel antwoord hoort te zijn: “Het zijn zowel kleine stapjes als een groot succes. Het is een groot succes omdat de financiële industrie zo groot vertegenwoordigd was. Het tweede grote succes is dat alle landen meedoen”, maar hij stelt daarna dat “aan de andere kant zijn er ook kritieken op het niet bindend zijn van de doelstellingen”. Positief blijft Willem in ieder geval als hij afsluit met “Het laat een bepaalde richting zien waar we naartoe gaan als maatschappij”.

Op de vraag wat er gedaan moet worden met CO2-vervuilers, en of de markt CO2-risico’s goed geprijsd heeft, antwoord de meerderheid dat er een focus moet liggen op klimaat-veranderende bedrijven en niet op Low Carbon. Ook Nico is het met deze visie eens: “Ik ben geen voorstander van Low Carbon omdat het een momentopname is, het zegt niks over de klimaatrisico’s en het zegt niks over wat bedrijven doen voor de toekomst.”. Verder geeft een kwart van de deelnemers aan dat alles op de markt is geprijsd, terwijl 40,54% zegt dat dit niet het geval is, maar dat dit nog wel komt.

ESG integratie

Positieve benadering

Duidelijk is dat de Nederlandse belegger invloed wil hebben op de klimaatverandering en het niet altijd alleen doet om de klant gerust te stellen. Robert Klijn merkt op: “Beleggers die veel geld beheren, kunnen door hun keuzes enorme veranderingen in de wereld te weeg brengen. Dat kost geen geld, maar levert juist geld op. Mensen die duurzaam beleggen gaan met de slimme manier met trends om. Waarom in kolen beleggen als je weet dat de kolencentrales in de toekomst dicht gaan? Beleggers die in de afgelopen periode niet in de olie zaten, hebben daar flink van geprofiteerd. Ik ga voor de positieve benadering. Niet alleen uitsluiten, maar gaan voor de kansen die de duurzaamheidstrend allemaal biedt.”.